Seat Ibiza (Type 6F) - Instructieboekje (2017-2024): Bediening van Adaptive Cruise Control ACC (automatische afstandsregeling)

Afb. 198
Afb. 198 Links van de stuurkolom: derde hendel om de automatische afstandsregeling te bedienen.

Afb. 199
Afb. 199 Links van de stuurkolom: derde hendel om de automatische afstandsregeling te bedienen.

Wanneer de automatische afstandsregeling (ACC) ingeschakeld is, brandt op het instrumentenpaneel het groene controlelampje en wordt op het display de geprogrammeerde snelheid en de toestand van de ACC afb. 196 getoond.

Welke instellingen kunnen in de ACC worden ingevoerd?

  • Snelheid instellen
  • Afstandsniveau instellen
  • ACC inschakelen en activeren
  • ACC uitschakelen en deactiveren
  • Standaardafstandsniveau aan het begin van de rit instellen
  • Rijprofiel instellen
  • Omstandigheden waarin de ACC niet reageert

Snelheid opslaan Verplaats om de snelheid in te stellen de derde hendel die in stand 1 staat omhoog of omlaag tot in het display van het instrumentenpaneel de gewenste snelheid wordt aangegeven.

Het instellen van de snelheid gebeurt in stappen van 10 km/u (6 mph).

Tijdens het rijden kunt u, als u wilt, de huidige snelheid als kruissnelheid van de wagen instellen en de ACC activeren. Druk hiertoe op de toets afb. 199. Als u de snelheid in stappen van 1 km/u (0,6 mph) wilt verhogen of verlagen, verplaats dan de hendel naar stand 2 afb. 198 of druk op de toets .

De ingestelde snelheid kan al naargelang worden gewijzigd bij stilstaande wagen of onder het rijden. Elke wijziging in de geprogrammeerde snelheid wordt weergegeven linksonder in het scherm van het instrumentenpaneel afb. 196.

Afstandsniveau instellen Druk om het afstandsniveau hoger of lager in te stellen de tuimeltoets naar rechts/links afb. 199 A .

Op het scherm van het instrumentenpaneel wordt het afstandsniveau tussen beide wagens geselecteerd. U kunt uit 5 afstandsniveaus kiezen. De ingestelde snelheid kan al naargelang worden gewijzigd bij stilstaande wagen of onder het rijden.

ACC inschakelen en activeren Om de ACC in te schakelen en te activeren dient rekening te worden gehouden met de stand van de keuzehendel, de snelheid van de wagen en de stand van de derde hendel van de ACC.

  • Bij een handgeschakelde versnellingsbak moet de versnellingshendel in een willekeurige versnelling staan behalve in de eerste versnelling en moet de snelheid hoger zijn dan 30 km/u. Bij een automatische versnellingsbak moet de keuzehendel in stand D of S staan.
  • Om de ACC te activeren, drukt u met de derde hendel in stand 1 op de toets of zet u de derde hendel van de ACC in stand 2 afb. 198. Op dat moment verandert de afbeelding van de ACC in het scherm van het instrumentenpaneel in de modus Actief afb. 196.

Met geactiveerde ACC-functie rijdt de wagen met een snelheid en ingestelde afstand t.o.v.

de voorligger. Zowel de snelheid als de afstand kunnen op ieder moment worden gewijzigd.

ACC uitschakelen en deactiveren Zet om de ACC uit te schakelen de hendel in stand 0 afb. 198 (vergrendeld). Op dat moment verschijnt de tekst ACC gedeactiveerd en is de functie volledig gedeactiveerd.

Als u de ACC niet wilt uitschakelen maar hem tijdelijk in de niet-actieve modus (standby) wilt overzetten, zet de derde hendel dan in stand 3 afb. 198 of trap op het rempedaal.

Wanneer de wagen stil staat en het bestuurdersportier wordt geopend, gaat de functie ook over in de niet-actieve modus (standby).

Standaardafstandsniveau aan het begin van de rit instellen Bij nat wegdek altijd een grotere afstand tot de voorgaande wagen kiezen dan bij droog wegdek.

Onderstaande afstanden kunnen vooraf worden ingesteld:

  • Heel kort
  • Kort
  • Media
  • Middellang
  • Heel lang

In het Easy Connect-systeem kan het afstandsniveau aangepast worden dat moet zijn ingesteld bij het inschakelen van de afstandsregeling (ACC) met toets en de functieknoppen SETUP en Bestuurdershulpsysteem.

Rijprofiel instellen Bij wagens met SEAT Drive Profile kan het gekozen rijprofiel het acceleratie- en remgedrag van de ACC beïnvloeden.

Bij wagens zonder SEAT Drive Profile kan het gedrag van de ACC worden beïnvloed door het selecteren van een van de onderstaande rijprofielen in het Easy Connect-systeem:

  • Normal
  • Sport
  • Eco
  • Comfort

In dit geval krijgt men toegang tot de instellingen van de ACC middels de toets en de functieknoppen SETUP > Ondersteuning van de bestuurder > ACC.

Onderstaande voorwaarden kunnen tot gevolg hebben dat de ACC niet reageert:

  • Ingetrapt gaspedaal.
  • Geen versnelling ingeschakeld.
  • Als de ESC regelt.
  • De bestuurder heeft de veiligheidsgordel niet omgegespt.
  • Verschillende lichten van de wagen of van de elektrisch vastgekoppelde aanhanger zijn defect.
  • Als de wagen achteruit rijdt.
  • Men rijdt harder dan 210 km/u (150 mph).

Aanwijzingen voor de bestuurder

ACC niet beschikbaar

Het systeem kan de veilige herkenning van wagens niet meer garanderen, daarom wordt het uitgeschakeld. De sensor is ontregeld of beschadigd. Rijd naar een gespecialiseerde werkplaats om de storing te laten repareren.

ACC en Front Assist: momenteel niet beschikbaar. Sensor zonder zicht

Deze aanduiding voor de bestuurder wordt weergegeven als het zicht van de radarsensor belemmerd is, bijv. door bladeren, sneeuw, dichte mist of vuil. Sensor schoonmaken afb. 197.

ACC: momenteel niet beschikbaar.

Helling te steil

De maximale helling van de rijbaan is overschreden, daarom kan de veilige werking van de ACC niet worden gegarandeerd. De ACC kan niet worden geactiveerd.

ACC: enkel beschikbaar in D, S of M

Stand van keuzehendel D/S of M selecteren.

ACC: parkeerrem vastgezet

De ACC wordt uitgeschakeld als de parkeerrem vastgezet wordt. De ACC is opnieuw beschikbaar na het loszetten van de parkeerrem.

ACC: momenteel niet beschikbaar.

Ingreep stabiliteitscontrole

De aanduiding voor de bestuurder wordt weergegeven wanneer de elektronische stabiliteitscontrole (ESC) ingrijpt. In dit geval wordt de ACC automatisch uitgeschakeld.

ACC: Grijp in!

De aanduiding voor de bestuurder wordt weergegeven indien, bij het vertrekken op een lichte helling, de wagen zich naar achteren verplaatst ondanks dat de ACC ingeschakeld is. Trap de rem in om te vermijden dat de wagen zich zou verplaatsen / zou botsen tegen een andere wagen.

ACC: snelheidsgrens

De aanwijzing voor de bestuurder wordt weergegeven in wagens met schakelbak als de actuele snelheid te laag is voor de ACC-modus.

De snelheid die u wenst op te slaan moet minstens 30 km/u (18 mpu) bedragen. Bij snelheden lager dan 20 km/u (12 mpu) wordt het snelheidsregelsysteem uitgeschakeld.

ACC: beschikbaar vanaf de 2e versnelling

De ACC is actief vanaf de 2e versnelling (schakelbak).

ACC: motortoerental

Deze aanduiding voor de bestuurder wordt weergegeven indien, wanneer de ACC versnelt of remt, de bestuurder niet op tijd een hogere of lagere versnelling inschakelt. Dit houdt in dat het toegestane toerental wordt overschreden of niet wordt bereikt. De ACC wordt uitgeschakeld. Dit wordt aangegeven door een gong.

ACC: koppelingspedaal ingetrapt

Wagens met handgeschakelde versnellingsbak: door het koppelingspedaal langer in te trappen wordt de regeling verlaten.

Portier geopend

Wagens met automatische versnellingsbak: met stilstaande wagen en geopend portier kan de ACC niet worden geactiveerd.

ATTENTIE Er bestaat een risico op botsing aan de achterkant, wanneer de minimumafstand t.o.v.

de voorligger overschreden wordt en het verschil in snelheid tussen beide wagens zo groot is dat de snelheidsvermindering door de ACC onvoldoende is. In dit geval moet onmiddellijk worden geremd met het rempedaal.

  • Het is mogelijk dat de ACC niet alle situaties correct kan herkennen.
  • De voet op het gaspedaal "zetten" kan tot gevolg hebben dat de ACC niet ingrijpt om te remmen. De acceleratie van de bestuurder heeft voorrang op de ingreep van de snelheidsregelaar of de cruise control.
  • Blijf altijd paraat om de wagen op elk ogenblik te remmen.
  • Neem de bepalingen van het overeenstemmende land in acht betreffende de verplichte minimumafstand tot de voorligger.
  • Het is gevaarlijk de regeling in te schakelen en de geprogrammeerde snelheid opnieuw te activeren, als de omstandigheden van de rijbaan, het verkeer of het weer dit niet toelaten.

    Gevaar voor ongevallen!

 

Let op
  • Bij het uitschakelen van het contact of de ACC wordt de opgeslagen snelheid gewist.
  • Bij het uitschakelen van de aandrijfslipregeling (ASR) of het inschakelen van de ESC in Sport* modus, wordt de ACC automatisch uitgeschakeld.
  • Voor wagens met start-stop, wordt de motor uitgeschakeld tijdens de stopfase van de ACC en automatisch opnieuw in werking gesteld om te vertrekken.

    Radarsensor

    Afb. 197 Op de voorbumper: radarsensor. Op de voorbumper is een radarsensor ingebouwd om de verkeerssituatie te herkennen afb. 197 1 . Het zicht van de radarsensor kan belemmerd worden doo ...

    Functie om rechts inhalen te vermijden

    Afb. 200 Op het display van het instrumentenpaneel: ACC actief, voertuig herkend aan de linkerzijde De automatische afstandsregeling (ACC) beschikt over een functie om het rechts inhalen bij ...

    Zie ook:

    Hyundai i20 (GB/IB) - Instructieboekje (2014-2020). Kinderslot op portierslot achter (alleen 5-deurs uitvoering)
    Het kinderslot zorgt ervoor dat kinderen de achterportieren niet per ongeluk van binnenuit kunnen openen. Schakel het kinderslot altijd in als u gaat rijden met kinderen. Het kinderslot i ...

    Citroen C3 (SX/SY) - Instructieboekje (2016-2024). Afzetten van de motor
    Breng de auto tot stilstand. Draai, terwijl de motor stationair draait, de sleutel in de stand 1. Verwijder de sleutel uit het contactslot. Draai om het stuurslot te vergrendelen aan het ...

    Modellen:

    Alle rechten voorbehouden. © | compacteklasse.nl 2022 - 2024